De bodem van de Valdepeņas (vallei der rotsen) is behoorlijk rotsachtig. De ondergrond bestaat uit kalksteen, vaak niet meer dan 25 cm onder de
bodemoppervlakte. De geelrode dunne bovenlaag is een mengsel van afgebrokkelde kalk en alluviale klei. De meeste wijngaarden liggen op 600-700 metr hoogte. Het klimaat is zuiver
continentaal. Door de beschutting van omringende bergjes valt er weinig neerslag maar als er regen valt komt het er wel met bakken uit.
Hier is het de cencibel druif (tempranillo) die zorgt voor een dieprode kleur. De neus geniet van gul en kruidig rood fruit (zwarte bessen en kersen).
De smaak is compleet, met rond fruit en lekkere nuances van kaneel, kruidnagel en vanille. Stevige wijn zonder veel harde zuren of tannine. Blijft
lekker lang na.
Een aangename dorstlesser voor elke dag en bij kruidige pittige stoofschotels en spaanse worsten.